|
Van profijt tot volksverheffing: een eeuw vertalen voor het theater (1830-1930). Van negentiende-eeuwse roofvertalingen tot Leo Simons' Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur.
Frank Peeters, frank.peeters@artesis.be
Het project heeft tot doel twee belangrijke momenten uit de Europese vertaalpraktijk voor het theater in de negentiende en vroeg-twintigste eeuw in kaart te brengen. Hiermee wordt er zowel voor de geschiedenis van het vertalen als voor die van de theatergeschiedenis een relevante bijdrage geleverd.
Het eerste onderzoeksluik omhelst een tot nog toe nooit uitgevoerde verkenning van de negentiende-eeuwse vertalingen van het Franse, Duitse en – in mindere mate – Engelse melodrama dat gedurende meer dan honderd jaar de podia van Groningen tot Brugge domineerde. Bijzondere aandacht gaat uit naar de specifieke context van de zogenaamde ‘roofvertalingen’ , i.e. vertalingen waarvoor geen auteursrechten werden betaald: het profijtbeginsel was de belangrijkste leidraad. Centraal staan vragen als: welke teksten werden bij voorkeur vertaald? Wie waren de vertalers? Welke impliciete of expliciete vertaalstrategieën werden aangewend? Waren de vertalingen ‘prospectief’ of ‘retrospectief’ (Van den Broeck); en in dit verband, in welke mate werd er rekening gehouden met de speelbaarheid van de tekst en de endogene acteer- en zeggingstradities? Enz.
Indirect levert het onderzoek een bijdrage naar de spelpraktijk van het romantische en melodramatische theater in de Nederlanden; een domein dat in de huidige Nederlands-Vlaamse theatergeschiedenis nog steeds erg onderbelicht is.
Het twee onderzoeksluik richt zich op de vertalingen van theaterteksten die in de periode 1905-1930 door de Nederlander Leo Simons en zijn zogenaamde Wereldbibliotheek in groten getale werden gepubliceerd en verkocht/verspreid. Simons’ idealistische opvatting met nadrukkelijk socialistische inslag voor de verspreiding van ‘Goede en Goedkoope Lectuur’ droeg op zijn manier in belangrijke mate bij tot de aanwezigheid van de Europese canon op de podia in Nederland en Vlaanderen. De vooraanstaande Vlaamse theatervernieuwer Jan Oscar de Gruyter (1885-1929) werd in zijn programmatie van KNS-Antwerpen (1922-1929) zeer duidelijk beïnvloed door de fondscatalogus van de Wereldbibliotheek. Er zal worden onderzocht in welke mate ook de twee andere Vlaamse grote schouwburgen in Gent en Brussel al dan niet de theatervertalingen van de Wereldbibliotheek ensceneerden. Tevens zal worden nagegaan welke rol de belangrijkste Vlaamse uitgeverijen in de referentieperiode speelden in de verspreiding van de Europese theatercanon.
|