|
Regionale variatie in de perceptie van klinkerduur
|
|
Hanne Kloots, hanne.kloots@artesis.be - copromotor: Steven Gillis (UA)
1. Context
Â
Als luisteraars klanken horen, brengen ze die spontaan onder in fonologische categorieën. Dit fenomeen heet categoriale perceptie. Of klanken geïnterpreteerd worden zoals de spreker ze bedoeld heeft, hangt o.a. af van de talige achtergrond van de luisteraar. Het bestaande onderzoek naar het verband tussen de talige achtergrond van luisteraars en hun categoriale perceptie vertoont echter een opvallende leemte. Tot nu toe werd vrijwel uitsluitend gefocust op het potentiële effect van iemands moedertaal. Of ook de regionale achtergrond van luisteraars met dezelfde moedertaal (bv. Antwerpen vs. West-Vlaanderen) voor verschillen zorgt, werd nog nauwelijks onderzocht. Het voorgestelde project wil deze leemte invullen.
2. Focus
In fonologische beschrijvingen van het Standaardnederlands worden traditioneel zeven gespannen klinkers (nl.
«aa», «oo», «ee», «eu», «ie», «uu», «oe») en vijf ongespannen klinkers (nl. «a», «o», «e», «i», «u») onderscheiden. Beide categorieën verschillen o.a. in intensiteit, kwaliteit en duur. In dit project wordt gefocust op de rol van vocaalduur.  Meerbepaald onderzoeken we het belang van vocaalduur bij de categorisering van gespannen klinkers bij luisteraars uit verschillende regio’s in het Nederlandse taalgebied. Vernieuwend is verder dat de klinkerrealisaties afkomstig zijn uit een corpus van spontaan gesproken – d.w.z. niet-voorgelezen, onvoorbereid – Standaardnederlands.
3. Onderzoeksvragen & methode
- Zijn er significante regionale verschillen in de duur van gespannen klinkers in het Standaardnederlands?
METHODE: duurmetingen
- Hoe wordt de klinkerduur van gespannen klinkers gepercipieerd door luisteraars met een verschillende regionale achtergrond?
METHODE: luisterexperiment |