|
Katrien Lievois, katrien.lievois@artesis.be
In de vertaalwetenschap is er tot nu toe nog niet veel aandacht gegaan naar de problematiek van het vertalen van de satire. Ondanks wat de titel kan laten vermoeden, biedt het artikel “The Translation of Satire” van Zohn (1968) ons heel weinig duidelijke inzichten.
In het kader van haar studie over ironie, beweert Marta Mateo: “It is no wonder then that publishers should generally be wary of translations of satire on grounds that it is ‘too local’ and that it would need recreation, a technique that some translators absolutely refuse to adopt and that translation critics often condemn.” (1995: 174 ). Een dergelijke stellingname is echter nog nooit aan de realiteit getoetst. Toch weten we dat een heel aantal grote, satirische teksten wel degelijk vertaald zijn en vaak door het nieuwe doelpubliek erg geproefd worden.
De bedoeling van dit onderzoeksproject is, om aan de hand van de studie van de vertalingen van een aantal gepubliceerde satirische teksten, na te gaan hoe de vertalers omgaan met de karakteristieken van dit genre. Is het inderdaad zo dat er vooral sprake is van vormen van adaptatie of “recreation” zoals Mateo het zegt? En in dat geval over welke vormen van adaptatie kan men dan spreken? Of wijzen de gebruikte vertaalstrategieën eerder op wat men “letterlijke vertalingen” kan noemen? Of om het met de terminologie van Venuti te stellen: in welke mate zijn de vertalingen van de satires die in dit project worden opgenomen “naturaliserend” en in welke mate “vervreemdend” (1995; Venuti, 1998)?
De 36 maanden waarin dit onderzoeksproject zal uitgevoerd worden, zullen gebruikt worden om effectief vertaalde satirische teksten te analyseren volgens duidelijk gedefinieerde criteria om zo op onze onderzoeksvragen (cf. infra) een antwoord te vinden. |