|
Form-focused instruction and the acquisition of complex temporal form-meaning-use-mappings
|
|
|
Form-focused instruction and the acquisition of complex temporal form-meaning-use-mappings by Dutch-speaking L2 learners of English / Form-focused instruction en de verwerving van complexe temporele vorm-betekenis-gebruik-verbindingen bij Nederlandstalige T2-verwervers van het Engels
Jimmy Ureel, jimmy.ureel@artesis.be
De verwerving van temporele vorm-betekenis-gebruik-verbindingen in het Engels wordt door veel taalleerders en taaldocenten als een grote uitdaging beschouwd die vaak voor frustraties kan zorgen voor alle partijen die in het gestuurde taalverwervingsproces deelnemen.
Nederlandstalige taalleerders van het Engels die in een gestuurde omgeving (bv. klasverband, taallabo) worden geconfronteerd met de vorm (morfologie), de betekenis (semantiek) en het gebruik (pragmatiek) van het Engelse tijdensysteem zijn vaak in staat een grote waaier van tijden in dat tijdensysteem te verwerven met enorme nauwkeurigheid en vloeiendheid. Maar tegelijkertijd zijn er ook enorm veel (Nederlandstalige) taalleerders die geneigd zijn niet-idiomatische, grammaticaal onjuiste werkwoordsvormen te vormen en te gebruiken en dit vaak in specifieke linguïstische scenario’s (bv. *Last week I have been in Germany vs. de juiste zin Last week I was in Germany). Zulke werkwoordsvormen zijn terug te vinden bij beginners, maar ook bij gevorderde taalleerders en vormen daardoor een interessant onderwerp voor onderzoek. Het onderzoeksproject sluit aan bij reeds uitgevoerd doctoraatsonderzoek dat ingaat op de effecten van verschillende vormen van lesverstrekking (‘instructie’) op het verwerven van zulke werkwoordsvormen die gekenmerkt worden door complexe vorm-betekenis-gebruik-verbindingen. Door gebruik te maken van receptieve en productieve leerwegen en door aan te nemen dat instructie wel een effect heeft op het taalverwervingsproces (Norris & Ortega, 2000), wordt in het onderzoeksproject gekeken naar het effect dat deze leerwegen hebben op het verwerven van complexe doelstructuren en naar het feit of er een verschil is tussen de twee types leerwegen (receptief vs. productief). Naast het praktische, experimentele gedeelte van het onderzoek, krijgen de onderzochte doelstructuren ook een theoretische inkadering waarin onder andere de aspecten linguïstische complexiteit en tweede-taalverwerving worden gebruikt voor een theoretisch kader. De link tussen de twee gedeelten wordt gelegd door de praktische en theoretische relevantie van het onderzoek te koppelen en te gebruiken bij pedagogische overwegingen die gemaakt kunnen worden met betrekking tot het onderwijzen van complexe (tempus-gerelateerde) doelstructuren. |