De functies of betekenissen van deze woorden zijn onvoldoende beschreven in de lexicografie. Mijn onderzoek moet bijdragen tot een betere descriptie.
Daarnaast heeft mijn onderzoek een explanatorisch doel. Alle daareven genoemde woorden hebben verscheidene gebruikswijzen, maar hoe zijn die gerelateerd? Zijn de daareven genoemde woorden monoseem en vaag? Of omvat elke woordvorm een reeks homoniemen? Of is elke vorm polyseem? Of is er een combinatie van polysemie en vaaqheid in het geding?Het gaat in elk geval om veel gebruikswijzen per woord. De best bestudeerde zijn de fasale
Daniël zit nog te werken, maar Johan is al naar huis.
en de additieve
Doe mij nog een koffie.
De additieve gebruikswijze van nog is een van de gebruikswijzen als focale operator of focuspartikel. De meeste andere gebruikswijzen als focuspartikel zijn veel minder bestudeerd:
Nog diezelfde dag vond ik het zeldzame boek in een klein Antwerps antiquariaat.
Diezelfde dag al vond ik het zeldzame boek in een klein Antwerps antiquariaat
Het minst bestudeerd zijn de contextgebruikswijzen.
Materiaalverzameling en corpora
Ik heb in de periode 1980-1986 een eigen materiaalverzameling opgebouwd, gebaseerd op teksten uit romans, toneelstukken, kranten en weekbladen van de jaren zeventig tot 1986 en uitbreidbaar met teksten van Vrij Nederland en Trouw uit de jaren 1940-1945. (Bloemlezingen in mijn bezit.) Ik kan ook gebruik maken van het 5-, het 27- en het 38-miljoen-woorden-corpus van het INL. Omdat ik eerst een synchrone beschrijving wil leveren, zijn de materiaalverzameling en de corpora eigentijds Nederlands van het eerste belang. Wanneer het in een later stadium belangrijk wordt om de (mede aan de hand van Traugott & Dasher) opgebouwde hypotheses over de verbanden tussen gebruikswijzen te toetsen aan diachrone observaties, worden de historische corpora belangrijk.