
In de afstudeerrichting sociaal-cultureel werk leer je mensen benaderen met het oog op de ontplooiing , de ontwikkeling van hun competenties en hun eigen identiteit. Je gaat mensen ondersteunen, versterken zodat ze de regie in handen nemen van hun eigen cultureel en maatschappelijk functioneren. Door de deelnemers met wie je werkt te vormen tot kritische individuen, zwengel je als sociaal-cultureel werker de maatschappelijke participatie en het debat aan. Een sociaal-cultureel werker fungeert als co-creërende intermediair in het samen-leven.
Je hebt een bijzondere interesse in de wijze waarop mensen in het maatschappelijk en cultureel proces betrokken worden. Daarnaast liggen je competenties op het vlak van communicatie en kennis van verschillende methodieken in het begeleiden van mensen en processen in de samenleving.
Als sociaal-cultureel werker zal je jezelf een uitgebreid instrumentarium eigen maken en methodieken leren om mensen daad-werkelijk(e) kansen te geven. Studenten worden gestimuleerd om deze vaardigheden en methoden te hanteren om animatie- of culturele projecten, interessante educatieve of intense gemeenschapsvormende activiteiten op zetten.
Het is dan ook logisch dat de opleiding praktijkgericht is en je klaarstoomt voor het werkveld. Je krijgt een brede algemene en methodologische vorming, maar ook praktijkstages (in binnen- of buitenland), seminaries, workshops en projecten die je laten proeven van concrete beroepsuitoefening en de werksfeer.
De opleiding sociaal-cultureel werk kadert binnen de bacheloropleiding sociaal werk. In het eerste jaar bieden we alle studenten een brede basis aan en een kennismaking met de drie afstudeerrichtingen. Zowel theorie al praktijk komen in beeld. Vanaf het tweede jaar kan je kiezen voor de afstudeerrichting sociaal-cultureel werk. De totale opleiding duurt gemiddeld zes semesters (drie jaar).
Je wordt in de afstudeerrichting sociaal-cultureel werk opgeleid tot een individu met een brede inzetbaarheid in het werkveld. Meteen een troef die je veel mogelijkheden oplevert, maar tegelijkertijd een grote mate van flexibiliteit en organisatietalent vraagt. Kernwoorden zijn dan ook: professionaliteit, creativiteit, flexibiliteit, diversiteit en projectmatig werken. .

De opleiding is praktijkgericht. Dit houdt ondermeer in dat je stages loopt die je zelf kan invullen: Welke doelgroep of werkwijze interesseert jou? Waar wil je jezelf in verdiepen of hou je het liever algemeen?
Het werkveld biedt immers een ruime waaier van stage- en tewerkstellingsmogelijkheden en terreinen: het organiseren van projecten, het begeleiden van mensen, hen aanzetten om deel te nemen aan activiteiten, het opzetten van leerprocessen en -mogelijkheden, …
Een greep uit het brede werkveld waarbinnen je terecht kan komen: cultuur-, wijk- , gemeenschaps- en kunstencentra, steunpunten voor samenlevingsopbouw, centra voor basiseducatie, vormingsinstellingen, jeugddiensten- en organisaties, erfgoedcellen, organisaties voor Amateurkunsten.

- In de afstudeerrichting sociaal-cultureel werk word je gevormd tot een individu met een brede inzetbaarheid in het werkveld: een troef die je veel mogelijkheden biedt.
- Overal waar er mensen zijn is er cultuur, communicatie, interactie, ... Contexten en thema's in overvloed om boeiend aan de slag te gaan en creatief aan de slag te gaan als sociaal-cultureel werker.
- Met je diploma op zak liggen er een waaier aan mogelijkheden voor je open om in diverse contexten te werken – zowel bij vzw’s, als bij overheidsdiensten en andere organisaties. Je staat midden in de samenleving, je bent de verbindende factor tussen mensen, groepen, hun (leef)gemeenschap waartoe ze behoren en de ruimere samenleving .
- Het werken met verschillende mensen en groepen, en verbinding leggen tussen en in groepen, samen activiteiten organiseren rond verschillende thema’s (jeugd, vorming, samenlevingsopbouw, cultuur, (amateur)kunsten, sociaal-artistiek werk en kunsteducatie, erfgoed, … ) scheppen kansen om mee te bouwen aan een democratische, open en solidaire samenleving.
- Zelfs als je met dit diploma niet aan de slag gaat, heb je competenties onder de knie die je zullen ondersteunen in je verdere loopbaan.