|
Bert Verreet
Situering
De bouw is een sector met een kwalijke reputatie op het gebied van ongevallen, dat is reeds langer geweten. Wanneer we de ongevallencijfers bekijken valt op dat een hoog aantal toe te schrijven is aan struikelongevallen op de weg naar en rondom de werf. Nog opvallender is dat wanneer we naar de oorzaken kijken, er uitdrukkelijke vermeldingen staan van ‘slecht geplaatste stellingen’ en ‘eigenheid van de werkvloer’. Bij nader onderzoek bleek dat steigervloeren, waarover sprake is, inderdaad tekortkomen vertonen zoals bv. een te klein draagvlak voor de poten, oneffen vloer, grote spleten, boven het oppervlak uitstekende onderdelen.
Het product
Het Solid Surface is een tijdelijke werkvloer die de ondergrond op bouwwerven uitnivelleert en een hinderloos, waterpas vloeroppervlak genereert. Het plaatsen van het Solid Surface zorgt ervoor dat bouwvakkers zich veiliger en sneller naar en rondom een bouwwerf kunnen verplaatsen. Het systeem vangt de tekortkomingen van de bestaande constructies op en beperkt het risico op (struikel)ongevallen tot een minimum.
Plaatsing
Als eerste stap worden de voetplaten uitgelegd: hieraan worden de scharen van de draagstructuur bevestigd. Dit gebeurt als volgt: de blokkering losmaken, een pin uit de draagstructuur verwijderen en de schaar hiermee aan de voetplaat vastmaken.
Deze handelingen doet men ook voor de parallelle draagstructuur. Vervolgens wordt een waterpas in de koppelingen van beiden gehaakt en worden de 2 draagstructuren tegelijk door één persoon omhooggetrokken. Een andere persoon blokkeert de scharen. Een vloerelement houdt beide structuren samen.
Hierna worden aan de overzijde eveneens de draagstructuren tot op de juiste hoogte getrokken en de scharen geblokkeerd. Vanaf dit punt worden de draagstructuren door de koppeling verder aan elkaar gebouwd. De scharen worden gedeblokkeerd, naar beneden gelaten en aan de voetplaten bevestigd. Als laatste worden de vloerelementen gelegd
Blokkering
Om de scharen te blokkeren wanneer ze op de juiste hoogte staan, is een systeem ontwikkeld dat mee volgt wanneer de schaar uit- of inklapt. Eén been van de schaar schuift in het profiel door middel van een geleiding. Aan deze geleiding is met behulp van een bladveer een spie bevestigd. Deze spie kan geborgd worden door een nokklem.
Wanneer de nok wordt losgemaakt, ontspant de bladveer en komt de spie weg van de geleiding. De schaar kan nu in- of uitklappen. Eens de schaar juist staat, wordt de nok gesloten: de spie wordt tegen het profiel geklemd en komt vlak voor de geleiding vast te staan. Bij belasting van de schaar schuift de geleiding de kleine resterende afstand op tot tegen de spie en blokkeert het geheel.
Koppeling
De verschillende draagstructuren worden aan elkaar gekoppeld door een 3-delig systeem: een din-oog, een bek en een borging.
De borging gaat doorheen de
|