|
Deze informatie wordt momenteel geactualiseerd voor deelname in het academiejaar 2012-13.
De onderstaande informatie geldt voor studenten, die een buitenlands studieprogramma aan een buitenlandse partneruniversiteit volbrengen; zij geldt niet voor studenten die een buitenlandse stage (bij een bedrijf of organisatie) uitvoeren.
Het algemeen geldende principe voor studenten, die deelnemen aan het Erasmus-programma voor studentenmobiliteit, ligt in de academische erkenning van de in het buitenland behaalde studieresultaten. In de overeenkomst met de partneruniversiteit is dit principe opgenomen. Het academisch erkennen van studieresultaten geldt zowel voor goede als voor slechte resultaten.
Het studieprogramma dat de deelnemende sudent zal volgen in de gastuniversiteit moet vooraf opgesteld te worden. De opleiding in de thuisuniversiteit, de opleiding in de gastuniversiteit en de betrokken student zorgen ervoor dat dit studieprogramma bepaald is vóór het vertrek van de student. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het Learning Agreement.
Dikwijls geldt dat voor een uitwisseling van 1 semester het buitenlandse studieprogramma 30 ECTS credits moet omvatten (60 ECTS credits voor een gans academiejaar of 2 semesters). De modaliteiten om dit te realiseren kunnen per opleiding verschillen. Op het Learning Agreement wordt aangeduid voor welke opleidingsonderdelen van het studieprogramma van de student de buitenlandse opleidingsonderdelen in de plaats treden (academische erkenning). Opleidingsonderdelen uit het eigen programma van de student (in Artesis) kunnen in beperkte mate deel uitmaken van dit programma. Het gaat daarbij over opleidingsonderdelen die op afstand door de student gestudeerd worden (ODL) en waarvoor de student een beoordeling krijgt van de eigen opleiding (in Artesis) en niet van de buitenlandse opleiding.
Om aanspraak te kunnen maken op een Erasmus-beurs, moet het buitenlandse studieprogramma vooraf opgesteld én voldoende omvangrijk zijn. Voor een buitenlandse studieprogramma van 1 semester (5 maanden) resp. 2 semesters (10 maanden), dient de student een programma te realiseren van tenminste 24 credits resp. 48 credits (ECTS credits). Opleidingsonderdelen uit het eigen programma van de student (in Artesis) kunnen in beperkte mate mee in rekening gebracht worden voor de beurs, meer bepaald ten belope van maximaal 3 credits (voor 1 semester) resp. 6 credits (voor 2 semesters). Indien het buitenlandse studieprogramma minder dan 24 resp. 48 credits omvat, wordt het Erasmus-beursbedrag proportioneel verminderd. De normale minimumduur van een buitenlandse studieperiode is 1 semester. In elk geval dient de absolute minimumduur 3 maanden te bedragen, wat overeenkomt met een minimum buitenlands studieprogramma van 15 credits (ECTS-credits).
Voor het opstellen van het buitenlandse studieprogramma wordt gebruik gemaakt van het Learning Agreement (onderaan bijgevoegd). In dit Learning Agreement worden alle opleidingsonderdelen die aan de partneruniversiteit gevolgd worden opgenomen, en dus ook -in voorkomend geval- de opleidingsonderdelen die de student 'meeneemt' uit de eigen opleiding (ODL).
In het bijgevoegde Learning Agreement is -ten titel van voorbeeld- één en ander ingevuld in het rood. Uiteraard moeten deze gegevens aangepast worden aan de feitelijke situatie (andere opleiding; andere partneruniversiteit; andere periode). De coördinatoren internationalisering van de verschillende opleidingen werden gevraagd om dit document reeds in die zin aan te passen en het vervolgens aan de deelnemende studenten te bezorgen (of hen de nodige gegevens daarvoor te bezorgen). De opleidingsonderdelen die met succes gevolgd werden aan de gastuniversiteit worden opgenomen in het Diplomasupplement, dat aanvullend bij het Diploma afgeleverd wordt (bij het afronden van de studie).
download ECTS Learning Agreement
|