|
De specifieke lerarenopleiding (SLO) sluit aan op de bachelor/master drama, muziek of dans. De SLO is een voltijdse éénjarige opleiding (60 studiepunten) maar kan ook deeltijds worden gevolgd. Men onderscheidt een theoretische component (30 studiepunten) en een praktische component (30 studiepunten).
Inschrijvingen
Inschrijvingen voor de lerarenopleiding voor 21 september 2010 persoonlijk op het secretariaat.
Voor studieadvies (samenstelling van het programma) neemt de student contact op met de betrokken coördinator.
Toelatingsvoorwaarden
Lerarenopleiding muziek:
met een academisch bachelordiploma muziek, in het studiegebied muziek en podiumkunsten kan je inschrijven voor de specifieke lerarenopleiding muziek samen met de inschrijving voor de master. De lerarenopleiding kan ook na het behalen van de mastergraad gevolgd worden.
Het diploma van leraar kan pas worden behaald na het behalen van de mastergraad.
Voor alle masteropleidingen waarvoor de optie "muziekeducatie" ingericht wordt en voor de master muziekpedagogie, bestaat ook de mogelijkheid om al 30 studiepunten (de theoretische component) van de lerarenopleiding te volgen in de basisopleiding. De praktijkcomponent (30 stp) moet dan nog afzonderlijk afgelegd worden. Het diploma van leraar wordt ook hier pas verworven, na het behalen van de mastergraad.
Lerarenopleiding drama:
met een academisch bachelordiploma drama, in het studiegebied muziek en podiumkunsten kan je inschrijven voor de specifieke lerarenopleiding drama samen met de inschrijving voor de master.
Het diploma van leraar kan pas worden behaald na het behalen van de mastergraad.
Lerarenopleiding dans:
met een professionele bachelordiploma dans in het studiegebied muziek en podiumkunsten kan je inschrijven voor de specifieke lerarenopleiding dans.
Kandidaten die voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden tot de basisopleidingen van één cyclus en geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef én vijf jaar nuttige ervaring als
professioneel danser in een erkend gezelschap kunnen aantonen, kunnen eveneens inschrijven.
Taaltest
Voor de drie lerarenopleidingen geldt als toelatingsvoorwaarde: “het slagen in een taaltest op niveau B1, indien anderstalig”.
Inschrijving gebeurt steeds persoonlijk op het secretariaat van de opleiding.
Theoretische component van de lerarenopleiding
Hier wordt een algemeen theoretisch kader geschetst in relatie tot de kunsten en tot het leraarsberoep.
De theoretische vakken algemene didactiek, algemene psychologie, ontwikkelingspsychologie en communicatievaardigheden worden gezamenlijk georganiseerd voor SLO dans, SLO muziek en SLO drama.
De verschillende vakdidactieken bereiden de studenten zeer concreet voor op het lesgeven in een bepaalde discipline.
Praktijkcomponent van de lerarenopleiding
De praktijkcomponent kan ‘inservice’ en/of ‘preservice’ ingevuld worden:
Inservice wil zeggen dat de student reeds een baan heeft in het kunstonderwijs of aanverwante. Indien zowel de opleiding als de werkgever akkoord gaan met een ‘LIO baan’ (Leraar In Opleiding), kan de lesopdracht van de student de component praktijk geheel of gedeeltelijk invullen.
Preservice wil zeggen dat de student nog geen lesgeeft en intensief begeleid wordt in het opbouwen van ervaring in het leraarsberoep.
Bij onvolledige inservice is combinatie inservice/preservice mogelijk.
Reglement en procedures stage
Competenties
“De basiscompetenties van de leraar zijn de omschrijving van de kennis, de vaardigheden en de attitudes waarover iedere afgestudeerde moet beschikken om als beginnend leraar te kunnen fungeren . De basiscompetenties stellen de leraar in staat door te groeien naar het beroepsprofiel en worden rechtstreeks afgeleid van het beroepsprofiel” (Decreet lerarenopleidingen 15 december 2006)
Deze basiscompetenties vormen de leidraad voor de vakoverschrijdende en vakspecifieke competenties voor de leraar drama, muziek en dans.
Door de stage krijgen de toekomstige leraars inzicht in verschillende lessituaties waardoor zij zich beter kunnen voorbereiden op en inleven in een aantal noodzakelijke vaardigheden die kenmerkend zijn voor het leraarschap.
– De student kan leraarsvaardigheden inoefenen onder begeleiding, binnen de schoolcultuur.
– De student wordt geconfronteerd met zoveel mogelijk facetten van het leraarschap; lesgeven, contact met collega’s, ouders, leerlingen, functioneren binnen een schoolcultuur enz.
– De studenten maken kennis met de eigen aanpak, de specifieke doelgroep en de toepassingen van het leerplan en met verschillende opleidingen.
– De kernopdracht van de leraar is het lesgeven. Daaronder vallen activiteiten als lesvoorbereidingen maken, het bepalen van een werkwijze die onderwijskundig en didactisch verantwoord is, het kiezen van het didactisch materiaal, het beoordelen (evaluatie) van het eigen lesgeven en het leerlingengedrag, het motiveren van leerlingen, het geven van individuele begeleiding en het werken aan een goede sfeer bij de omgang met individuele leerlingen en groepen.
– De student zal naast het geven van de lessen, zich ook vertrouwd moeten te maken met de stageschool als organisatie. Dit gebeurt via stageobservaties, het bijwonen van docentenvergaderingen en informatieavonden, het begeleiden van projecten, deelname aan toonmomenten, concerten, bijwonen van examens e.d.
– De studenten verwerven een (zelf)kritische ingesteldheid
– De studenten zijn empathisch en houden van mensen/kinderen
– De studenten zijn artistiek-creatief
– De studenten ontwikkelen een eigen opvoedingsstijl en -visie
– Zij zijn gericht op de actualisering van kennis en vaardigheden door levenslang leren.
In het stageverslag wordt de student gevraagd te reflecteren over de opgedane stage ervaringen en deze te confronteren met de eigen verworven kennis, vaardigheden, attitudes.
– de student kan de eigen praktijk en visie verwoorden en verantwoorden en die ervaringen weergeven in een verslag.
– de student kan de stageplaats situeren in het geheel van de organisatie van het onderwijs.
Studiebelasting
Een artistieke lerarenopleiding opleiding veronderstelt een intense betrokkenheid en engagement van de student. De studenten volgen theoretische opleidingsonderdelen en vakdidactieken, doen stages en projecten. De stages vormen een belangrijk onderdeel in de opleiding tot leraar. Deze vinden plaats in stagescholen en worden begeleid vanuit de opleiding door stagebegeleiders.
Elk academiejaar telt 30 lesweken. Op vastgelegde tijdstippen worden studenten geëxamineerd over hun vaardigheden en inzichten.
De studiebelasting per academiejaar bedraagt 60 ECTS-studiepunten (European Credit Transfer System), als equivalent van minimum 1500 en maximum 1800 uren onderwijs- en andere studieactiviteiten, inclusief de nodige tijd voor de persoonlijke verwerking van de leerstof. Het stelsel van de ECTS-studiepunten maakt de overgang van en naar andere Europese hogescholen mogelijk.
|