De opleiding drama omvat de opleiding tot academische bachelor (180 studiepunten/ ECTS) en de master (60 studiepunten/ ECST).
Van bij aanvang wordt gekozen voor een bepaalde afstudeerrichting:
In de afstudeerrichting Kleinkunst staat de noodzaak om zelf te creëren en uit te voeren centraal en dit wordt in alle facetten ontwikkeld door middel van taal, muziek, beweging en mogelijke mengvormen. Door praktisch onderzoek van bestaand materiaal wordt de student bewust van mogelijke structuren en technieken. Hij zou hierdoor geprikkeld moeten worden om zijn eigen verhaal te vertellen en hiervoor de gepaste theatrale vorm te vinden en over te brengen op een podium. De student wordt zoveel mogelijk individueel begeleid om zijn keuzes publiek op overdracht te toetsen. De begeleiders zijn artiesten uit verschillende disciplines (theater, muziek, beweging) die via opdrachten de student moeten inspireren en inzicht geven in het structureren en vormgeven. Een vaste kern van docenten brengt de student de nodige technieken bij die hen een waaier aan expressiemogelijkheden bieden (muziek, zang, spraak, beweging). Het wereldbeeld, de persoonlijke visie en culturele bagage worden gevoed door theoretische vakken zoals filosofie, culturele stromingen en podiumkunsttheorie.
In de afstudeerrichting 'Acteren' staat de persoonlijkheid van de speler centraal. Het vermoeden van deze unieke persoonlijkheid is de belangrijkste norm, zowel bij de toelatingsproeven als tijdens de opleiding. Het leerproces is er in de eerste plaats op gericht om de verbeelding van de acteur (de creatieve wisselwerking tussen denken en voelen) te openen, door hem bewuster te maken van zijn relatie tot zichzelf en tot de wereld. In de tweede plaats moet die verbeelding zintuiglijk gemaakt worden, zodat ze ook voor anderen zichtbaar, hoorbaar en voelbaar wordt. Om dit te realiseren kiest de opleiding voor een ontmoeting tussen persoonlijkheden, meer dan voor een duidelijk hiërarchische verhouding tussen leermeester en leerling. Er wordt bijgevolg eerder gekozen voor docenten dan voor opleidingsonderdelen.
Naast het hoofdvak 'spel' krijgt de student nog een ruim pakket op het vlak van:
Lichaam: conditietraining en aikido
Theorie: creatief schrijven, toneelgeschiedenis, dramaturgie, filosofie, ruimtelijk bewustzijn en culturele stromingen
Stem: eutonie, spraakvaardigheid, taalgevoeligheid en zang.
De afstudeerrichting woordkunst richt zich tot verbaal begaafde en creatieve studenten met een brede culturele interesse. Woordkunst biedt drie uitvoeringsvakken: In het onderdeel ‘podium’ staat de student op de scène met als enige tegenspeler het publiek. In het onderdeel ‘media’ komt hij in de opnamestudio terecht, waar hij zich bekwaamt in radiopresentaties en -reportages en waar cameratraining hem vertrouwd maakt met het medium televisie. De student presenteert, recenseert en interviewt. Het derde uitvoeringsvak is ‘creatief schrijven’. Tijdens die lessen gaat het niet alleen om de techniek van het vertellen, het mechanisme van de fictie. De student wordt kritisch gevolgd en begeleid bij zijn schrijftraject, en vindt op die manier zijn eigen toon, stijl, stem, en vooral ook: het schrijfplezier. Verder biedt de opleiding stemvorming en lichaamstraining en een stevig cultureel en literair lessenpakket met vakken als filosofie, culturele stromingen, wereldliteratuur, literaire analyse.
Men kan de masteropleiding combineren met een
specifieke lerarenopleiding van 60 studiepunten.
Binnen de AUHA (Associatie van de Universiteit en de Hogescholen Antwerpen) kan men voortaan ook een
doctoraat in de kunsten behalen.