|
Het programma
|
|
Het masterprogramma Stedebouwkunde en Ruimtelijke Planning (120 ECTS-punten) aan de Artesis Hogeschool Antwerpen vormt academisch geschoolde ruimtelijk planners en ontwerpers die kunnen worden ingezet in de private of de openbare sector, in ontwerpteams, in wetenschappelijkonderzoek, in het ontwerpen en
de uitvoering van ruimtelijk beleid.
In de opleiding staan proces- en realisatiegerichtheid voorop. Daarmee sluit ze aan zowel bij hedendaagse maatschappelijke verwachtingen als bij recente inzichten in het vakgebied, met name in
de strategische planningstheorie. Het nieuwe masterprogramma kan ook deeltijds gevolgd worden, wat een combinatie met een baan toelaat.
Vele beleidsdomeinen maken aanspraak op de ruimte : natuur en milieu, wonen, economie, mobiliteit, recreatie enzovoort. Ruimtelijke problemen doorkruisen de beleidsdomeinen en de disciplines. Daarom groeit de behoefte aan geïntegreerd beleid en aan geëigende planningsinstrumenten. Het masterprogramma is dan ook consequent interdisciplinair van opzet. Teamwork is het sleutelwoord. In de basisopleiding en in de daarop volgende bijkomende masters worden zowel generalisten als specialisten gevormd.

De relatie tussen overheid en burger is grondig veranderd. Burgers worden mondiger en de overheid kiest een begeleidende eerder dan een sturende rol, privé-partijen treden op de voorgrond. Deze evolutie laat zich voelen in het planningsproces. Planners moeten samenwerken, overleggen en onderhandelen
met sleutelactoren. Daarom staat in het masterprogramma een communicatieve attitude voorop en worden de daartoe benodigde vaardigheden ontwikkeld.
Het subsidiariteitsprincipe in de ruimtelijke planning stelt dat elk probleem op het daartoe geëigende beleidsniveau wordt behandeld. Omdat ruimtelijke kwesties complexer worden, zich verweven en het lokale niveau gaan overstijgen, wint in de planning het regionale niveau steeds meer veld. Daarom wordt in het masterprogramma het nodige belang gehecht aan regionale planning, ontwerp en management. Op het lokale niveau daarentegen dient het stadsontwerp zich aan als instrument voor ruimtelijk onderzoek en als strategie voor stads- en plattelandsvernieuwing.
Leefbaarheid, kwaliteit en haalbaarheid worden onderzocht in concrete ontwerpopgaven, waarin onder meer de vormgevende dimensie van het vakgebied aan bod komt. Het programma bestrijkt de ruimtelijke planning in haar volle breedte en is opgebouwd rond vier basisvelden:
- kennis van de ruimte en het maatschappelijk milieu
- ontwerpen in de Vlaamse en Brusselse context op verschillende schaalniveaus
- omgaan met processen, producten en instrumenten van planning
- kwaliteitszorg
In al deze velden worden zowel de kennis, de vaardigheden als de attitude ontwikkeld. Om het aanvoelen van complexiteit en het integreren van veelsoortige inzichten aan te leren spelen praktijkoefeningen in de opleiding een sleutelrol.
Deze gebeuren steevast in teamverband en richten zich niet enkel op het formuleren van concrete oplossingen, maar tevens op het uitdrukken van visies en de vertaling van deze visies in ruimtelijke concepten. De opleiding schaart zich ook resoluut achter de academisering van het hoger onderwijs en wil in haar programma de relatie aanscherpen tussen onderwijs en onderzoek. In het kader van deze academisering wordt doctoraatsonderzoek aangeboden en gestimuleerd. Ook worden inspanningen geleverd om buiten het doctoraatsonderzoek
relevant onderzoek aan te trekken.
|