|
Wouter Willems - Maatschappelijke dienstverlening (Vlaams Bouwmeester)
Situering van het onderzoek
De aandacht voor zorg en architectuur kent de laatste jaren een positieve wending. Zorggebouwen vergen meer dan een letterlijke vertaling van een programma van eisen, ontwikkeld vanuit de eigen dienstverlening. Door de evolutie in de zorgverlening, waarbij de zorgverlenende centra zich meer gaan inweven in de ruimtelijke context, zijn de bestaande zorgtypologieën echter vaak uitgediend. Nieuwe zorgtypologieën daarentegen vragen om een nieuwe benadering.
De indruk ontstaat dat een doorgedreven vertaalslag van de nieuwe visie naar de praktijk toch enige vertraging kent. Nieuwe projecten verwijzen nog naar oude opvattingen en lossen bijgevolg de nieuwe verwachtingen nog niet ten volle in. De nood bestaat dan ook een aan concept- en visievorming waarbij de huidige evolutie in de zorgsector een ruimtelijke en architecturale vertaling kent. Meer dan ooit vergen deze projecten een integrale aanpak.
Het doel van het onderzoek is om samen met de belanghebbende partijen een onderzoeksproject uit te werken dat de kansen en mogelijkheden die architectuur en zorg elkaar bieden ten volle benut. Deze onderzoeksopdracht beoogt innovatieve ruimtelijke strategieën, die richtinggevend kunnen zijn voor toekomstige projecten.
Voorwerp van de opdracht
De zorgsector is opgedeeld volgens de specificiteit van de zorgverlening. In deze fase richt het onderzoek zich uitdrukkelijk op de volledige zorgsector in al zijn facetten, waarbij voorbij gegaan wordt aan de vele specifieke kenmerken van de zorgverlening.
Nieuwe inzichten in de sector hertekenen de relatie tussen zorgprofessionelen en de zorgbehoevenden. De nadruk ligt niet langer uitsluitend op het verlenen van de meest efficiënte dienstverlening maar op het bereiken van de gewenste effecten of de effectieve kwaliteit van de zorg. Dit heeft als gevolg dat de organisatie niet enkel meer bekommerd is om de eigen werking van de diensten, maar nu dus ook de gebruikers van de zorginfrastructuur, en in uitbreiding ook de buren of de wijk betrekt en een stem geeft bij de manier waarop die zorgverlening moet gebeuren. Dit betekent dat er vanuit de ruimere context extra randvoorwaarden gesteld worden aan een zorgvoorziening, waardoor ze (beter) geïntegreerd wordt in de sociale en ruimtelijk context. De zorgverlening treedt uit haar isolement en raakt meer verweven met het sociaal-maatschappelijke netwerk. Deze ontwikkeling heeft twee belangrijke gevolgen. Enerzijds beantwoordt de bestaande infrastructuur die vooral gekenmerkt wordt door autonome architecturale typologieën, niet langer aan de nieuwe inzichten. Anderzijds vraagt de nieuwe infrastructuur om een andere benadering. De voormalige bottom-up benadering volstaat niet meer.
Zorgverlening die zich sociaal-maatschappelijk en dus ruimtelijk wil integreren vraagt eveneens een contextuele top-down benadering. De vraag situeert zich in het bijzonder op een groter schaalniveau, en gaat over de manier waarop de bestaande en nieuwe sites geïntegreerd worden in de ruimtelijke context. Deze benadering sluit meteen ook aan bij de vraag waar bouwheren uit de zorgsector mee geconfronteerd worden. Deze vraag beperkt zich niet langer tot de vraag of het organisatieschema kan geprojecteerd worden op het terrein, is er genoeg plaats? Het gaat nu om hoe verweven we ons project met de ruimtelijke context. De ruimtelijke typologie is het bindend element voor de verschillende types van zorgverlening.
Zorgverlening vandaag noodzaakt een kwalitatieve en maatschappelijk geïntegreerde ruimtelijke ontwikkeling. Om dit mogelijk te maken dient het ontwerpend onderzoek de slaagkansen voor een kwalitatieve ruimtelijke integratie van de zorgverlening te onderzoeken. Deze opdracht heeft een dubbele doelstelling. Naast de hierboven geschetste inhoudelijke problematiek, beoogt de Vlaams Bouwmeester bij deze opdracht uitdrukkelijk studenten te betrekken. Enerzijds wenst de Vlaams Bouwmeester gebruik te maken van de innovatieve en creatieve inbreng van studenten. Anderzijds zal deze opdracht de maatschappelijke betrokkenheid van de studenten vergroten.
Onderzoeksteam: Lieven Achtergael, Wouter Willems, Nick Ceulemans
Looptijd: academiejaar 2010-2011
|