|
Johan De Walsche - Doctoraatsproject
Als gevolg van het Bolognaproces komt de noodzaak om hoger onderwijs te verbinden met onderzoek met steeds meer nadruk ter sprake. Voor sommige academische opleidingen is dit uitgangspunt evident, voor andere zet deze tendens bepaalde (traditionele) evenwichten onder druk en genereert ze nieuwe vragen. Wat is voor de opleiding de positie van praktijk ten opzichte van de positie van onderzoek. Wat is de positie van onderzoek in de praktijk ten opzichte van het onderwijs? Met welk soort onderzoek is het onderwijs gediend? Welk soort onderzoek is ermee gebaat gevoerd te worden binnen een context die verweven is met onderwijs?
De studie Genus, Locus, Nexus onderzoekt de verweving tussen onderzoek in architectuur en architectuuronderwijs. Architectuur is dan wel een academische discipline, de verwerkelijking ervan speelt zich af buiten de academia. Als architectuuronderwijs uitgebouwd wil worden in verweving met onderzoek, is het nodig de wisselwerking te bestuderen zowel met onderzoek binnen een academische context, als met onderzoek dat zich situeert in de ontwerppraktijk van de architect. Voor elke locus, de academia en de praktijk, wordt daarom onderzocht wat specifiek is aan het onderzoek dat er wordt gevoerd, welk soort kennis er wordt ingezet en gegenereerd en hoe dit proces van kennisproductie er verloopt. Het onderzoeksproject beperkt zich hierbij tot de studie van specifiek architecturaal onderzoek, met name onderzoek waarvoor ontwerpmatige ruimtelijke denkers met een architectuurvorming de meest aangewezen onderzoekers zijn.
Via procesanalyse, interviews en studie van primair materiaal (schetsen, plannen, …) worden de concrete onderwijsactiviteit in het ontwerpatelier geanalyseerd, en wordt gedetecteerd of, wanneer, in welke mate en onder welke vorm er relaties ontstaan met ontwerpprocessen in de architectuurpraktijk of met onderzoek in de academische context. Uitgangspunt is namelijk dat zulke wisselwerking aanwezig is, maar zeer impliciet, waardoor waarschijnlijk een aantal mogelijkheden onbenut blijven.
Theoretische nexus-concepten zullen getoetst worden, en mogelijk ook nieuwe modellen ontworpen.
Het opzet kan omschreven worden als kwalitatief basisonderzoek gericht op beter inzicht, valorisatie en versterking van de noodzakelijke banden tussen architectuurpraktijk, architectuurtheorie en architectuuronderwijs.
Onderzoeker: Johan De Walsche
Promotoren: prof. dr. Wil Meeus (UA) en prof. dr. ir. arch. Piet Lombaerde (Artesis)
Looptijd: oktober 2010 - mei 2015
|