|
Jonas Van Looveren - Doctoraatsproject
Probleem- en doelstellingen
Archeologische monumentenzorg is ‘het beleidsveld dat zich richt op de zorg voor en het in stand houden van het archeologisch erfgoed en de kennis daarover’. Zeer belangrijk in de bescherming van dit kwetsbare erfgoed is daarom wetgeving. Nochtans was België geruime tijd het enige Europese land zonder specifieke wetgeving voor het archeologisch patrimonium. Verschillende pogingen tot het indienen van wetsvoorstellen draaiden echter op niets uit. Pas in 1993 werd in Vlaanderen een decreet houdende de bescherming van het archeologisch patrimonium geïmplementeerd. De genese en tevens de impact van dit decreet op de praktijk is niet bestudeerd en slecht gekend.
Bovendien is de naoorlogse geschiedenis van de disciplines archeologie en monumentenzorg (en haar kruisbestuiving ‘archeologische monumentenzorg’) in Vlaanderen weinig of niet onderzocht. Voor de periode 1830-1940 kan men, voor de geschiedenis van de Belgische monumentenzorg, wel buigen op het uitvoerige onderzoek van Herman Stynen, in 1998 gepubliceerd onder de titel ‘De onvoltooid verleden tijd’. Het is op deze publicatie dat een vervolg dient gebreid te worden.
Het onderzoek naar de geschiedenis van de archeologische monumentenzorg in Vlaanderen (1945-1993) biedt de unieke kans om op interdisciplinaire wijze een bijdrage te leveren aan de kennis van haar evolutie. Daarenboven moet deze studie leiden tot concrete beleidsaanbevelingen in verband met de archeologische monumentenzorg in Vlaanderen.
De gevolgde methode
Eerst zullen op drie niveaus de belangrijkste actoren bestudeerd worden: (1) de politieke beleidsmakers, (2) wetenschappers en (3) praktijkmensen. De interne evoluties en onderlinge relaties tussen deze niveaus, waren ongetwijfeld bepalend voor de totstandkoming van het decreet. Bovendien is tevens de relatie tussen de archeologie en de (klassieke) monumentenzorg een te bestuderen factor. Door deze niveaus en complexe historische relaties op een gecombineerde wijze te onderzoeken zal blijken waar initiatieven tot samenwerking werden genomen, hoe deze beïnvloed zijn en waar de weerstanden zich situeerden. Dit luik moet tevens het falen van eerdere decretale inspanningen verduidelijken.
Vervolgens wordt aan de hand van belangrijke internationale verdragen, zoals de Europese Conventie van La Valetta (1992), een theoretisch (thematisch) referentieschema opgesteld. Alle wetsvoorstellen en ontwerpen van decreet tot bescherming van archeologisch erfgoed, verschenen na de Tweede Wereldoorlog en vóór 1993, zullen hieraan getoetst worden. Dit leidt tot een evaluatie van de verschillende voorstellen en het uiteindelijke archeologiedecreet. Het schema toont daarenboven ook aan waar het Vlaamse decreet inhoudelijk vandaan komt.
Tenslotte wordt aan de hand van statistieken en casestudies de toepassing van het decreet (na 1993) nagegaan en kunnen beleidsaanbevelingen geformuleerd worden.
Onderzoeker: Jonas Van Looveren
Promotoren: prof. dr. Marnix Beyen (UA) en prof. dr. ir. arch. Piet Lombaerde (Artesis)
Looptijd: oktober 2009 - september 2012
|