|
16de - 17de eeuwse Majolicategels uit Antwerpen: onderzoek naar materiaal technische eigenschappen en conservatie-restauratie
|
|
|
M. Vandevijvere augustus 2011
De techniek om opaak wit geglazuurde tegels te beschilderen met kleurende metaaloxides kende haar oorsprong in Mesopotamië (huidige Syrië) omstreeks de 9de eeuw na Christus. Deze traditie breidde zich uit langs Noord-Afrika naar Zuid-Spanje en Italië. Tot op heden zijn hiervan schitterende architecturale voorbeelden te zien, vooral in Spanje, Italië en Portugal. Ook in onze contreien is de productie van majolicategels van belang geweest in de ontwikkeling van de keramiektechnologie. Begin 16de eeuw werden Italiaanse keramiek kunstenaars aangetrokken door de welvaart en bloei van Antwerpen, een stad die in deze periode zeer gunstig werd bevonden door haar uitstekende ligging aan de Schelde. De majolicatechniek kende een grote populariteit in de 16de – 17de eeuw waarbij de geheimen van de pottenbakkerskunst van meester op leerjongen of vader op zoon werden aangeleerd. De sporen van deze keramiekgeschiedenis zijn nog talrijk terug te vinden in onze musea en archeologische depots. De productie van Antwerpse majolicategels is voornaam geweest in de ontwikkeling en verspreiding van de tegelproductie in de Zuidelijke Nederlanden.
Dit onderzoek wil zich focussen op twee onderwerpen. Als eerste wil het meer informatie verwerven omtrent de materialen en technieken gebruikt voor de vervaardiging van Antwerpse majolica. Gezien de tegels vervaardigd werden onder Italiaanse vakmanschap, werden de stilistische decoraties vaak overgenomen van Spaanse of Italiaanse voorbeelden. Hierdoor wordt het moeilijk om enkel op visuele kenmerken de tegels toe te schrijven aan een welbepaald land, regio of atelier. Tot op heden zijn zeer weinig (of ongepubliceerde) analyses uitgevoerd op Antwerpse majolica. Toch heersen er verschillende onzekerheden omtrent de toeschrijving van enkele kunsthistorisch belangrijke ensembles van majolicategels (bijvoorbeeld in The Vyne Chapel in Engeland). Door visuele kenmerken, microscopische beelden en chemisch-analytische data (SEM-EDX, µ-XRF, PXRF, Raman) te bundelen wordt getracht een 'fingerprint' op te maken voor Antwerpse majolica. Hierbij zal een set van archeologische tegels uit Antwerpen worden onderzocht waarvan de context zo goed als zeker is. Ook de enige gekende in-situ vloer in België in het Rameyenhof te Gestel (Lier) is onderzocht geweest als onderzoeksproject binnen dit kader. Hier was het doel de materiaalkarakteristieken te onderzoeken met draagbaar analytisch meetapparatuur om zo de bruikbaarheid van in-situ meetappartatuur uittesten op architecturaal keramiek.
De tweede focus in dit onderzoek spitst zich toe op de conservatie-restauratie problematiek. Majolicategels zijn goed vertegenwoordigd in onze musea. Jammer genoeg worden ze vaak stiefmoederlijk behandeld ten opzichte van de meer precieuze pronkstukken. Doordat er meestal te weinig aandacht wordt besteed aan deze belangrijke erfgoedcollectie, worden ze vaak in sterk verweerde toestand aangetroffen. Dit is vermoedelijk te wijten aan de typische eigenschappen van majolicategels en lange bewaring in slechte condities. Bovendien zijn tegels vaak aanwezig in een aanzienlijk aantal binnen de collectie. Dit maak dat de huidige conservatie-restauratie benadering meestal niet individueel per object is gericht, maar wel toegespits op de gehele tegelcollecie, zonder daadwerkelijk te kijken naar de exacte problematiek en oorzaken. Toch kunnen we veronderstellen dat de conservatie-restauratie meer benaderd moet worden vanuit een specifiek object gerichte of zelfs per zone gerichte aanpak. Dit onderzoek wil met meer aandacht kijken naar de verschillende schadepatronen en oorzaken. De afschilfering van de glazuurlaag bij majolicategels kan aanzien worden als de grootste bekommernis in de conservatie-restauratie van majolicategels. Deze degradatie kan verschillende oorzaken hebben: aanwezigheid van zouten, schommelingen in het klimaat, intrinsieke materiaaleigenschappen, etc. De meest courante behandeling is de consolidatie van de glazuurlaag. Hierbij wordt de behandeling vemoedelijk te oppervlakkig aangebracht op het glazuur. Er wordt immers verondersteld dat de probleemzone van de afschifering op de 'interface' ligt tussen glazuur en aardewerk. Dit onderzoek wil hier dieper op ingaan door de huidige behandelingen te valideren en eventueel andere methodes naar voor te schuiven.
Â

Dwarsdoorsnede van majolicategel: aardewerk en      Â
glazuurlaag met pigmenten (foto: M. Vandevijvere)
Â
Â

Delaminatie van de glazuurlaag (foto: M. Vandevijvere)
 
In-situ microscopisch onderzoek van "Rameyenvloer"
te Gestel (Lier, België) (foto: M. Vandevijvere) |